De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Dat zijn de Friezen > Blond haar en blauwe ogen

Blond haar en blauwe ogen

Er bestaat geen twijfel over dat de West-Sleeswijkers en de Friezen initiatiefrijke en vlijtige mensen waren die het, ondanks het feit dat hun geboortegrond van nature arm lijkt, niettemin klaarspeelden grote waarden te ontwikkelen en te realiseren. Hoe beleefde de buitenwereld deze mensen echter?

Er bestaan enkele verslagen van mensen die in vroegere tijden de Friezen bezochten en die hun indrukken hebben opgeschreven. Zij brengen bewondering en ook verwondering tot uitdrukking. Misschien tonen zij ook wel wat neerbuigendheid ten opzichte van dit zelfbewuste zeevarende boerenvolk met die onverstaanbare taal, in dat afgelegen land met die opmerkelijke geschiedenis.

De journalist Julius Rodenberg, in zijn tijd een van de bekendste schrijvers in Duitsland, bezocht in 1861 Sylt. Hij schreef in zijn boek "Stilleven op Sylt", dat "het merkwaardig is hoe deze mensen met hun lichtblond haar en hun waterblauwe ogen, hun sterke botten en hun grote, houterige en onhandige voorkomen, mij aan de Engelsen doen denken. Ook hun taal doet mij aan het Engels denken".

Thomas Steensen citeert Knud Jungbohn Clement, een controversieel wetenschapsman van de universiteit in Kiel, die oorspronkelijk van Amrum kwam. Hij schrijft in zijn boek "Lebens- und Leidensgeschichte der Friesen, insbesondere der Friesen nördlich von der Elbe":

"Karakteristiek voor alle Friezen zijn de hemelsblauwe ogen, hun blonde haar en niet in de laatste plaats de heldere kleur van de huid. De meesten vertonen een scherpe blik en een ernstige gezichtsuitdrukking. In het algemeen zit er iets edels en schoons in de Friese gezichten. Lelijke neuzen worden überhaupt niet onder de Friezen gevonden".

Dat werd de bekende reisreportageschrijver George Kohl echter toch te veel, zodat hij, ironisch schrijvend over de bewondering van Clement, de Friezen tot het edelste volk ter wereld bestempelde. Hij schrijft verder dat hij dat in de eerste plaats baseert op het feit dat de Friezen in hun taal meer uitdrukkingen hebben voor schoonmaken, afwassen en afstoffen, dan alle andere Nederduitse volken, namelijk wel 16. "Dat bewijst dat zij de schoonste mensen zijn. Daarnaast eten zij vis, de beste voeding die er voor mensen kan worden gevonden. Tenslotte hebben de Friezen, net zoals hun nakomelingen de Engelsen, de zuiverste huidskleur, de meest vlekkeloze tint, het scherpste verstand en het meest bloedende hart.

De grote Fries-Engelse schoonheid vindt men in de buigingen van de botten en vooral in de gezichtsvormen van de Fries-Engelse vrouwen. Zij hebben de edelste vrouwengezichten ter wereld. De Friezen der Friezen zijn de bewoners van het kleine eiland Amrum. Hier op Amrum vindt men ongetwijfeld de kroon, de top der mensheid", schrijft Kohl ironisch.

Zo kan men dus ook belachelijk worden gemaakt wanneer men al te enthousiast over zijn geboortegrond en zijn bewoners wordt.

De Friezen zijn zonder twijfel buitengewoon trots op hun eigen land. Ze beschouwen hun leefomgeving als het middelpunt van de wereld; bijna als het paradijs. Er bestaat een verhaal over een bewoner van För, die in de hemel kwam. Hij keek wat om zich heen en mompelde toen "Precies zoals thuis op För".

Die zelfingenomenheid van de Friezen kan men ook in één van de oude Friese volksliederen vinden. Hier in het Nederlands vertaald:

"Fries bloed kijk op! Ga nu eens bruisen en koken.
En bonzen door onze aderen!
Vlieg op! Wij zingen het beste land ter wereld,
Het Friese land vol eer en roem.
Klink dan en daver ver in het rond,
Jouw oude eer. O Friese grond!
Klink dan en daver ver in het rond,
Jouw oude eer. O Friese grond!
Edel volk met die oude naam.
Wees altijd trots op jouw voorouders:
Behoudt voor altijd jouw hooggeachte volk,
Met een frisse en bloeiende jeugd.
Klink dan en daver ver in het rond,
Jouw oude eer. O Friese grond!
Klink dan en daver ver in het rond,
Jouw oude eer. O Friese grond!"

In de diepe genegenheid van de Friezen jegens hun land schuilt ongetwijfeld de basis om hun karakter en hun standvastige geesteshouding, die hen vaak met de buitenwereld in conflict brachten, te kunnen begrijpen.