De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Dat zijn de Friezen > Brief aan Karl Marx

Brief aan Karl Marx

De geestelijke vaders van het socialisme, Karl Marx en Friedrich Engels, hebben zich niet alleen bezig gehouden met het ontwikkelen van theorieŽn, die revoluties teweeg moesten brengen onder de wereldbevolking. Ze interesseerden zich, blijkens een onderlinge briefwisseling, die in 1913 werd gepubliceerd, ook voor de Friezen en hun geschiedenis.

De Duitser Engels bezocht in 1864 Sleeswijk-Holstein, vermoedelijk net na de Deense nederlaag tegen het Duitse leger. In een brief aan Marx in Londen bericht Engels over zijn belevenissen. Hij komt voor de dag met een paar krachtdadige beschouwingen en commentaren op het boek van Knud Jungbohn Clement, dat kennelijk in die tijd nogal opzien had gebaard.

Engels schrijft in de brief: "Sleeswijk is een merkwaardig land. De mensen hier behoren ongetwijfeld tot de grootste en sterkste van het menselijke ras op aarde; wel in het bijzonder de Friezen aan de westkust. Men hoeft slechts het land door te reizen om er van te overtuigd te raken dat het merendeel van alle Engelsen oorspronkelijk uit Sleeswijk komt. Jij kent de Hollandse Friezen, onder meer die kolossale Friese vrouwen met hun delicate witte en frisse huid (die je dus ook in groten getale in Sleeswijk vindt). Ze zijn verwant aan de bevolking van Noord Engeland. Met name deze kolossale vrouwen, die je ook in Engeland ziet, zijn allemaal duidelijk Friezinnen; absoluut Friese types. Ik twijfel er niet aan dat de "Jutten", die samen met de Angelen en de Saksen naar Engeland trokken, Friezen zijn geweest en dat de Deense invasie in Jutland en Sleeswijk alleen maar tot aan de 7e of 8e eeuw kan worden gedateerd. Het huidige dialect in Jutland vormt hier voldoende bewijs voor.

Deze kerels zijn fantastisch en daarom fascineren ze mij. Mogelijk heb je iets gelezen over de eigenaardige "Dr. K. J. Clement van Noord Friesland". De man typeert het hele ras. Deze jongens zijn dodelijk serieus in hun conflicten met de Denen, die voor hen een levensdoel zijn geworden. De Sleeswijk-Holsteinse theorie betekent alles voor hen. Ze beschouwen zich zelf als een fysiek en moreel hoger staand ras dan de Denen en dat zijn ze beslist ook. Bismarck heeft zichzelf voor de gek gehad, wanneer hij denkt dat hij dit volk met zijn eigen methoden kan regeren. "We hebben de Denen er 50 jaar uitgehouden en bleven baas in ons eigen land en we zouden er nu klaar voor zijn dat die Pruisische bureaucraat ons het hoofd laat buigen?". Dat was het wat deze knapen te berde brachten.

Ik heb onlangs verschillende taalkundige en archeologische studies doorge-nomen die betrekking hadden op de Friezen, de Angelen en de ScandinaviŽrs. Ook hierbij ben ik weer tot de conclusie gekomen dat de Denen een natie van advocaten zijn, die zonder bedenkingen en schaamteloos zullen liegen, wanneer dat in hun eigen belang is.

Tot besluit: de volgende keer dat wij elkaar ontmoeten zal ik je een prima boek over Sleeswijk en de migraties naar Engeland in de 6e tot de 8e eeuw, van die gekke Clement van Noord Friesland laten zien. Ondanks zijn excentriciteit is de knaap het beslist waard om hem te kennen. Er wordt overigens over hem gezegd dat het een enorme dronkelap is".

(De alwetende Engels, die schijnbaar op alles een antwoord had, had de betekenis van het Friese spreekwoord "RŁm hart, klaar kiming" niet kunnen vinden en hij vroeg in de brief of Marx daar een verklaring voor had. Wij weten niet of Marx een antwoord heeft kunnen geven op die oude zeemansuitdrukking, die, direct vertaald, "Groot hart, heldere horizon" betekent. Dat duidde op iets in de trant van "Goede reis").

Van de andere karakteristieke Friese lijfspreuk of zegswijze, "Lewer duaad Łs slaav" - "liever dood dan slaaf" - , die in het Noordfriese wapenschild en op hun vaandels wordt gevonden , wordt gezegd dat die van midden 1800 stamt en van de ballade "Pidder heide", van de poŽet Detlev von LiliŽncrone afkomstig is. Die ballade werd geschreven als een protest tegen de prefect van TÝnder, die de bewoners van Sylt een zware belasting oplegde om hen te dwingen toe te treden tot het toen impopulaire hertogdom van de Deense koning. De dichter schreef in die nationalistische tijd deze trotse Friese woorden in zijn gedicht.

De lijfspreuk, die in de verschillende Friese dialecten op een verschillende wijze wordt geschreven, is vermoedelijk veel ouder. Een andere versie van dat motto wordt op het monument bij het Rode Klif in Gaasterland, in het Nederlandse Frysl‚n, gevonden. Als een monument, ter herinnering aan een zege van de Friezen op de Hollanders in 1345, staat daar vermeld "Leaver dea as slaef".