De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Dat zijn de Friezen > Kijkboeren

Kijkboeren

Er wordt verteld dat de boeren op de grote boerderijen van de marsgronden zich in de regel niet al te veel inspanningen getroostten. Ze werden dan ook "kijkboeren" genoemd. ‘s Ochtends wierpen ze een blik over de weilanden om de dieren in ogenschouw te nemen. Dan gingen ze naar het café voor een paar krachtige grogs. ‘s Middags gingen ze weer kijken. Dan weer terug naar het café voor een paar rondjes van het populaire kaartspel skaat en meer borreltjes warme rum-grog.

In het najaar togen ze naar het noorden om broodmagere ossen in de arme Jutse heidestreken te kopen. De dieren werden naar de vruchtbare marslanden gedreven, waar ze werden gevetweid, om in het volgende najaar voor goed geld te kunnen worden verkocht op de Duitse of Nederlandse markten.

Tegelijkertijd waren overal op boerderijen en in de huizen, op elk beschikbaar moment, meisjes en vrouwen aan het kantklossen. Zij begonnen te werken voordat het licht werd en bleven net zo lang doorgaan, als überhaupt maar mogelijk was het met het kleine beetje licht dat de vetkaars over het kantkloskussen liet vallen. Een kantklosster werkte jaar in jaar uit met hetzelfde patroon. Er kon geen tijd worden verspild met het leren van nieuwe patronen. Het ging er om een dagloon te verwerven en de kanthandelaar was een strenge baas, wanneer hij het gemaakte werk kwam wegen. Er werd echter goed voor betaald en de jonge meisjes hadden daardoor de mogelijkheid een huwelijks-uitzet aan te schaffen.

Het waren echter de mannen die beschikten. Wanneer de moedige en zelfbewuste boeren en commandeurs elkaar als ouderen in de parochieraad of in de gemeenteraad tegenkwamen spatten de vonken er vaak af; althans dat wordt beweerd. Bij de verhitte discussies kwam het regelmatig bijna tot het gebruik van geweld.