De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > De Friezen in Zuid-Sleeswijk > Hereniging

Hereniging

Nadat het noordwestelijke deel van Sleeswijk Duits was geworden, leidden de nastrevingen voor het behoud en het versterken van de Friese taal en cultuur in dat gebied tot bepaalde rechten, ondanks een groot wantrouwen en een enorme verborgen onwil bij de nationalistisch gezinde Duitsers.

Wanneer men zich echter in het openbare leven en buiten het eigen erf begaf, dan moest men Duits praten. De Deense taal behoorde nu tot het verleden.

In 1879 werd de eerste Noordfriese vereniging opgericht in Niebüll-Dedsbüll. Het was in de eerste plaats een nationalistische vereniging. De voorman, dominee Frederik August Feddersen formuleerde het als volgt: "Wij zullen in Fries gewaad een eerlijk, vroom en vrij Duits hart dragen".

Het was de bedoeling dat er een aantal plaatselijke verenigingen zouden worden opgericht, die later in een grotere organisatie zouden worden samengevoegd., Omdat dat plan op de Noordfriese eilanden met onverschilligheid werd bejegend lukte dit echter niet

Op 13 augustus 1902 werd in Rödenes bij Husum de eerste – Duits georiënteerde – streekvereniging voor heel Noord-Friesland opgericht. Deze bestaat nog steeds en heet vandaag de dag "Nordfriesischer Verein". Ze heeft in bijna alle delen van Noord-Friesland plaatselijke verenigingen.

Het meest in het oog springende gevolg van de tweede Sleeswijkse oorlog in 1864 was een massa-emigratie naar de Verenigde Staten in de laatste helft van die eeuw.

Veel Friezen waren al eerder naar het grote nieuwe land, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, geëmigreerd, als gevolg van oorlogen, onderdrukking van hun taal en cultuur, stormvloeden die hun land veroverden, etc. Er waren en er zijn nog steeds grote Friese gemeenschappen in veel noordoostelijke steden en staten, zoals in New York, Philadelphia, Massachusetts en Michigan. Deze Amerikaanse Friezen hielden hun oude moederland, inclusief gewoontes en cultuur, volop in ere. Ook deden ze veel voor het behoud van de oude taal. Het Fries wordt nog steeds gebruikt in de vele Friese clubs over heel Noord Amerika. Er wordt gezegd dat vandaag de dag in de Verenigde Staten het grootste aantal (noord)Fries sprekende mensen ter wereld wordt gevonden.

Er was nauwelijks een Friese familie in het noordelijke Sleeswijk te vinden die geen Amerikaans familielid had; een oom, een tante, een neef, een nicht of iets verder afstaande verwanten. Er kwamen massa’s brieven daar vandaan, die vertelden over de mogelijkheden in dat wonderlijke land. Wanneer men dus de mogelijkheid had om het reisbiljet te betalen, was het voor de hier wonende Friezen dan ook helemaal geen moeilijk besluit om te vertrekken. Ook was er een aanzienlijke emigratie naar de gebieden van de Boeren in Zuid Afrika. Vooral op de eilanden was op grote schaal sprake van emigratie. Het gevolg was dat door de emigratie de bevolking op enkele eilanden werd gehalveerd. Daardoor ontstonden natuurlijk veel problemen voor degenen die achterbleven, vooral ook omdat meestal de jonge, sterke en initiatiefrijke mensen het eiland verlieten. Ook dat deed geen goed aan de Friese zaak. Het zou niet correct zijn te beweren dat die grote uittocht uitsluitend te wijten was aan het feit, dat men onder Duits bestuur was gekomen; toch was het wel één van de oorzaken. Velen verlieten hun woonplaats om te voorkomen dat ze in Duitse militaire dienst moesten. Duitsland voerde vele oorlogen en er was behoefte aan soldaten.

De Friezen hadden geen militaire traditie. Door de eeuwen heen hadden verschillende koningen en hertogen, áls ze al iets over de Friezen te zeggen hebben gehad, het verstandig gevonden hen vrij te stellen van militaire dienst, omdat het beter was hen thuis te laten om dijken te bouwen en die veilig te houden.

Zo diende de Eerste Wereldoorlog zich aan. Daar gingen ook andere problemen mee gepaard. Eén en ander had tot gevolg dat de Friezen pas na 1920 gehoor voor hun zaak konden krijgen. Toen waren er ineens velen die zich lieten horen. Dat gebeurde gelijktijdig met de volksstemming, die leidde tot de opdeling van het hertogdom Sleeswijk. Door de nieuwe grens werd Sleeswijk opgedeeld in een Zuid Jutland en een Zuid Sleeswijk, waardoor de tegenstellingen tussen Deens en Duits opnieuw aan het licht kwamen.

De stemming wees met grote duidelijkheid uit hoezeer de Friezen in de
Duitse samenleving waren geïntegreerd. Er wordt geschat dat, van de ca. 200.000 Friezen, er slechts ca 3000 aan weerszijden van de nieuwe grens waren, die Deens stemden.

De Noordfriese vereniging, die in nationaal-Duitse geest werkte, keerde zich tegen de nieuwe grens. De nieuwe en minder leden tellende Fries-Sleeswijkse vereniging, verklaarde zich tot voorstander van zelfstandigheid van het Friese volk, in samenwerking met Scandinavië. Deze vereniging was in 1923 in Zuid Sleeswijk door een klein aantal Deens georiënteerde Friezen opgericht en werkte met de Deense minderheid samen. De vereniging heet vandaag de dag "Nationale Frisere" (Nationale Friezen).

Het was echter geen vreedzame tijd. De twee Friese verenigingen en hun leden bestreden elkaar hevig. Het conflict bereikte een hoogtepunt, toen de Fries-Sleeswijkse vereniging in 1925, met Deense hulp, probeerde opgenomen te worden in het Europese Nationaliteitscongres in Genève. Dat was een Unie van de vele nationale minderheden en bevolkingsgroepen die door de we-
reldoorlog waren ontstaan.

De Noordfriese vereniging reageerde heftig, en de Duitse Friezen verzamelden meer dan 13.000 handtekeningen als protest, omdat men niet als een nationale minderheid wilde worden beschouwd. In 1926 werd in Bohmsted op de jaarvergadering van de vereniging het zogenoemde "Bohmsted-pact" aangenomen, Hierin werd vastgesteld:

  1. Wij Noordfriezen zijn Duits gezind.
  2. Wij voelen ons al eeuwen verbonden met Sleeswijk Holstein en de Duitse cultuur.
  3. Binnen de kaders van deze cultuur willen wij de bijzondere trekken van ons volk bewaren.
  4. Wij wensen dat onze taal in het Friese taalgebied, op school en in de kerk, wordt gehandhaafd.
  5.  Wij willen niet als een "nationale minderheid" worden beschouwd.

Van Duitse zijde werden er ook nog grote inspanningen gedaan om het congres van de volksminderheden ertoe te bewegen, de kleine Deensgezinde Friese minderheid niet toe te laten.

Het resultaat was dan ook dat het congres deelname van de Deensgezinden afwees.