De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > De taal van de Friezen > Buitenshuis Duits gesproken

Buitenshuis Duits gesproken

De Noordfriezen kunnen niet zeggen dat ze tijdens het Duitse bestuur van 1864 tot 1920 door de autoriteiten aan een systematische onderdrukking werden blootgesteld. Wat veel Friezen echter al hadden gevreesd, was zo ongeveer het eerste wat de Pruisische autoriteiten deden, na in 1866 de Friese gebieden officieel bij de Pruisische staat te hebben ingelijfd: het opheffen van alle Friese voorrechten.

De Friezen konden weliswaar vrij hun verenigingsleven, taal en cultuur praktiseren, maar het ontbreken van tegenspel heeft ook zijn gevaarlijke kanten. Veel idealistische en diep bewogen Friezen probeerden in boeken, tijdschriften en artikelen, bij gesprekken en tijdens het actieve verenigingsleven de volkstaal, die langzamerhand door steeds minder Noordfriezen werd gesproken, in stand te houden en uit te bouwen. In de alledaagse Duitse omgeving werd, wat werk en onderwijs aanging, buiten de deur langzamerhand echter nog maar zelden Fries gesproken.

Rond 1900 waren er nog maar ca 20.000 mensen in Noordfriesland en op Helgoland, op een bevolking van ca 60.000 van Friese herkomst, die Fries verstonden en spraken.

Hoewel het Duits in de hele 19e eeuw snel in opmars was, bleef de moedertaal in Noordwest-Sleeswijk nog steeds Fries. De gedachte dat er op de openbare scholen in het Fries onderwijs kon worden gegeven, ontstond echter pas na de eeuwwisseling.

Zoals professor Thomas Steensen schrijft in zijn kleine boek "De Friezen in Sleeswijk-Holstein": "Fries is eigenlijk nooit een onderwijstaal geweest, hooguit een voorwerp van onderwijs. Op grond van de lage prioriteit op school zijn verreweg de meeste Noordfriezen momenteel analfabeet in hun eigen taal".

In 1908 besloot de Duitse Rijksdag de mogelijkheden van minderheden, om hun eigen taal te gebruiken, te beperken. Dit omdat de politici de Duitse taalkundige en nationale uniformiteit wensten te bevorderen. Daarom ging het ook niet zo goed toen men in hetzelfde jaar op enkele scholen van het eiland Sylt voor de eerste keer onderwijs in het Fries invoerde.

De Duitse vrees dat de Friezen zich als een al te vastberaden minderheid zouden ontwikkelen bestond nog steeds en de Pruisische minister van Cultuur vaardigde een verbod uit op Fries onderwijs op een school in de hoofdplaats Westerland.

In de volgende jaren kwamen er meer scholen met Fries op het rooster. In de meeste plaatsen verdween het vak echter weer, deels op grond van laksheid en ontbrekende interesse, maar ook omdat veel ouders bang waren dat het Friese onderwijs een te vaste plaats zou innemen en de boventoon zou gaan voeren boven de opleiding in het Duits. Daaraan zouden de kinderen bij hun verdere opleiding meer behoefte hebben. Dat het Duits werd beschouwd als de
"goede" taal , terwijl het Fries, zelfs door veel Friezen, als boers werd beschouwd, speelde daarbij eveneens een rol.