De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > De taal van de Friezen > De Friese Dialecten

De Friese Dialecten

De Noordfriese taal is een complex geheel. Zij wordt vandaag de dag nog gesproken op de eilanden Helgoland, Sylt, För en Amrum en op het vasteland in de noordelijke districten, die in de Deense tijd Vidingherred, Bøkingherred en Nørre Grosherred werden genoemd. Die oude Deense districtsindeling bestaat overigens nog steeds.

Er zijn zo’n tien dialecten. Enkele daarvan verschillen net zo veel van elkaar als het Deens en het Zweeds.

Dat komt mede doordat een groot deel van de Friezen eeuwenlang in verhoudingsgewijs geïsoleerde dorpsgemeenschappen heeft geleefd. Dat was natuurlijk al helemaal het geval op de eilanden, waar men eigen taalklanken, speciale woorden en namen voor zaken en plaatsen ontwikkelde. Daarnaast werd de spraak natuurlijk beïnvloed door het nabuurschap met mensen die een andere taal, zoals Nederlands, Duits of Deens spraken. De vele zeevarende Friezen namen ook vaak van hun lange reizen over de hele wereld menige vreemde woorden mee naar huis.

Een andere oorzaak is het feit dat de Noordfriezen, in tegenstelling tot veel andere volkeren, nooit een "hoofdstad" hebben gehad. Een provinciestad, als een centrum van handel en cultuur, waar men de mogelijkheid had voor handel en elkaar zo nu en dan kon ontmoeten.

De grootste steden zijn Husum in het zuiden, dat sterke Duitse kenmerken heeft en Tønder in het noorden, waar de Deense taal overheersend is. (Er werd altijd van de mensen uit Tønder gezegd dat ze Duits stemden en Deens/Zuidjuts spraken).

In het alledaagse leven dachten de Friezen vermoedelijk niet al te veel na over deze pluriforme taalkundige omstandigheden, vooral ook omdat de meeste Friezen meertalig zijn. Naast hun moedertaal verstaan en spreken verreweg de meesten Nederduits en Hoogduits. Vaak ook kunnen ze het Zuidjutse dialect en wat Deens verstaan en praten.

Marie Tångeberg vertelt, dat het beheersen van de vele talen en dialecten in de dagelijkse omgang met familie, buren, vrienden en bekenden geen enkel probleem was. De meesten gingen, zonder er bij na te denken, snel over naar die taal, die toevallig in het gezelschap werd gesproken waarin men zich op dat moment bevond. Vaak werd er bij dezelfde gelegenheid in meerdere talen geconverseerd.

De Amerikaanse professor Reinhard E. Hahn, een nakomeling van de vele Friezen die in de 19e eeuw naar de Verenigde Staten emigreerden en die nog steeds veel waarde hecht aan de taal van zijn voorvaderen, heeft een reeks teksten in Friese dialecten vertaald.

Hieronder volgen een paar voorbeelden van Friese dialecten uit het epos "Häwelmann" van de Friese dichter Theodor Storm, vertaald door professor Hahn:

Fries dialect in Nørre Gøl Herred:
"Jocht, uulge moune, jocht! biilked Hääwelmoon.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Bökingharde:
"Jucht, üülje moune, jucht!" biilkjed Hääwelmoon.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Wiedingharde:
"Ljocht, uuile moone, ljocht!" biilked Hääwelmoun.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Halligen in de Waddenzee:
"Jaacht, uale mööne, jaacht!" bölked Hääwelmoon. 

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Helgoland:
"Lochte, ool Muun, lochte!" rüp Heäwelman.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Amrum:
"Locht, dü ual muun, locht!" rep Heewelmaan.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

För:
"Locht, ual muun, locht!" rep Heewelmaan.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann

Sylt:
"Ljucht, ual Muun, ljucht!" skriilt Häwelmann. 

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann

Fryslân (Nederland):
"Skyn, âld moanne, skyn!" skreaude Häwelmann.

"Schijn oude maan, schijn!" riep Häwelmann.

Hoewel er sprake is van een tamelijk groot verschil in klank, kunnen de Friezen elkaar wel verstaan.

Ondanks vele inspanningen om de taal een nieuw leven in te blazen, kan niet worden ontkend dat de Friese taal op haar retour is. Thomas Steensen schrijft een beetje verbitterd dat "het bijna helemaal verdwijnen van de Friese taal in het openbare leven er ook toe heeft bijgedragen dat de Friese taal bij gelegenheid wordt aangeduid als "het best bewaarde geheim van de Duitse Bondsrepubliek".

Wanneer men toch voor de Friese taal en oorsprong belangstelling zou gaan krijgen, dan zijn bange vermoedens en twijfels over de toekomst van de Friese spraak en cultuur toch wel op hun plaats. Tegelijkertijd kan men echter ook genieten van het enthousiasme en de volharding, die de leden van de vele lokale, zowel Duitse, als ook nationale Friese heemkundeverenigingen, aan de dag leggen. Zij voeren een idealistische strijd voor het behoud en zo mogelijk het uitbreiden van de Friese taal. Het is misschien een strijd tegen de tijd, maar het is toch niet minder bewonderenswaardig, dat zij een onwrikbaar geloof in de toekomst van de taal van hun voorouders lijken te hebben.

Men mag er dan ook op vertrouwen dat die taal en die cultuur, die in vele eeuwen zoveel crises heeft overleefd, zich nog lange tijd zal handhaven.

Behalve uit taalonderwijs, bestaat de populaire Friese verenigingscultuur ook uit muziekavonden, voorleesavonden, voordrachten, gymnastiek, volksdansen, handenarbeidles, feesten en andere samenkomsten. Daarbij wordt zoveel mogelijk Fries gesproken. De "Nationale Friezen" presenteerde in 2002 een winterprogramma met meer dan 20 gemeenschappelijke arrangementen, die ze voor de lokale bijeenkomsten beschikbaar hebben.

Er gebeurt dus veel binnen het Friese verenigingsleven ten zuiden van de grens. Men kan als buitenstaander alleen maar bewondering hebben voor de vele mensen, die vrijwillig en met veel plezier, gaan voor een zaak, waar ze trots op zijn en waar ze zich verantwoordelijk voor voelen. Ze doen dat ook nog met een enthousiast geloof in succes.