De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > De taal van de Friezen > Fries op Deense scholen

Fries op Deense scholen

Na de hereniging op grond van de volksstemming van 1920 kwam het Deense streven, om de Deense taal een steun in de rug te geven, weer op gang - niet alleen in het nieuwingelijfde Zuid-Jutland, maar ook ten zuiden van de grens. In Zuid-Sleeswijk werden, van de stad Sleeswijk en Eiderstedt in het zuiden, tot de nieuwe grens, veel Deense scholen opgericht. Hoewel er in de noordelijke Friese gebieden wel wat bedenkingen waren, was er een grote belangstelling voor het Deens.

Er wordt verteld dat de Deensgezinde Friezen in enkele gevallen bedankten voor de eer van de vestiging van een Deense school in de parochie, omdat men geen conflicten in de dorpsgemeenschap wilde. Dat was voor hen belangrijker dan dat hun kinderen in het Deens les kregen. Zij waren weliswaar Deensgezind, maar voelden zich in de eerste plaats Friezen en ze voelden een grote verbondenheid met hun Friese buren, die zich tot de Duitse kant hadden gewend. Saamhorigheid, omdat ze dachten met hen betere mogelijkheden te hebben de Friese taalstrijd voort te zetten.

De Deens georiënteerde Friese vereniging "De nationale Friezen", die na de hereniging werd opgericht, slaagde er, in samenwerking met Deense onderwijzers, al in 1920 in een deel van de jonge Friezen in Denemarken op een opleiding te krijgen toegelaten. Dit was onder meer het geval bij het voortgezet onderwijs in Rens en de hogeschool in Hoptrup. Daar werden afdelingen voor de Friese scholieren opgericht. Er werd ook aan jonge Friezen in Denemarken werk verschaft in de landbouw.

De Deensgezinde Friese vereniging kwam tot een nauwe samenwerking met de koninklijke bibliotheek in Kopenhagen, die haar Friese materiaal - op dat moment het belangrijkste dat kon worden gevonden - ter beschikking stelde aan jonge Friese studenten.

Dat was echter maar van korte duur. Na de machtsovername door de Nazi’s in 1932 was het snel afgelopen. De Nazi’s nestelden zich snel en dominant in de Friese verenigingen en organisaties en bereikten stap voor stap een verbod op onderwijs in het Fries. Uiteindelijk werd het de kinderen verboden in de pauzes Fries te praten.

Na de nederlaag van Nazi-Duitsland in 1945 kwam de Friese taalbeweging weer op gang, zowel onder de Duitsgezinde Friezen als onder de Friezen die zich op een Deens/Scandinavisch samenwerkingsverband richtten. Op Deense scholen werden nieuwe Friese schoolklassen geïnstalleerd. Tegelijkertijd laaide de taalstrijd echter weer op.

Via de Deensgezinde Zuid-Sleeswijkse Vereniging werden er Deense
staatsmiddelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van het onderwijs in de Friese taal. Het geld ging naar de drie Deense scholen in Risum, Niebüll en Stedesand.

Direct moet echter worden toegegeven dat noch de Deense, noch de Friese taal terrein won in de Noordfriese gebieden. Integendeel. Vandaag de dag heeft alleen de school in Risum nog maar Fries op het rooster staan. Wanneer men op hun homepage de geschiedenis van de school leest, wordt de indruk gewekt van een groot idealisme en vertrouwen in het voortbestaan van het Fries:

"De school van Risum werd opgericht in 1946. Het was één van de scholen van de Deense minderheid, die na de Tweede wereldoorlog in Noordfriesland ontstonden als resultaat van Deens/Friese samenwerking". Daarna wordt er een impressie gegeven van het leven op de school.

Overeenkomstig de wil van de oprichter, was het doel van de school dat de streekeigen taalkundige- en culturele waarden worden benadrukt en dat er een band wordt gesmeed tussen de kinderen en de ouders.

Het raam naar het noorden, naar Denemarken, zou opnieuw moeten worden geopend; in de eerste plaats door de kinderen en de volwassenen de Deense taal te leren. De Friese taal en cultuur zijn, naast de Deense, altijd een dragend element voor het schoolleven geweest. Fries taalonderwijs vond in de meest verschillende vormen plaats. In de eerste tien "wilde" jaren werd er les gegeven zoals dat het beste uitkwam. Men had het voordeel dat alle kinderen het Fries konden verstaan en ze het bijna allemaal konden spreken.

In 1956 werd Marie Tångeberg schoolhoofd (zij behoorde tot de Friese familie Siewertsen en had haar opleiding gevolgd op de pedagogische academie in Ribe). Zij plaatste het Friese onderwijs in een vast kader en gebruikte de taal zoveel mogelijk in alle onderwijssituaties. Alsof dat niet genoeg was, startte zij vijf jaar later de eerste school met het Fries als moedertaal.

In de eerste jaren gebruikte zij uitsluitend Fries als onderwijstaal en in de 3e en 4e klas werden Deens en Duits ingevoerd als lesstof. Dat experiment sloot ze in beginsel in de 70er jaren af. Dat gebeurde hoofdzakelijk om de volgende redenen: weinig kinderen spraken thuis Fries en er ontstond toch behoefte aan meer Deens in het onderwijs op de basisschool.

Marie was eenvoudig haar tijd vooruit en nóch van Deense, nóch van Duitse zijde, ondervond zij echt begrip. Ook onder de Friezen kreeg zij niet de nodige steun. Die waren nog steeds diep verwikkeld in de grensstrijd en dat droeg er toch ook wel aan bij dat er een eind kwam aan dit moedige en gewaagde offensief voor een kleine taal.

Er wordt echter nog steeds enkele uren per week in het Fries les gegeven. De 3e tot de 9e klas krijgen, naast de 2 taalkundige hoofdvakken Duits en Deens, twee uur per week les in de Friese taal.

Daarnaast krijgen de kinderen al vanaf de 1e klas de Friese taal, in en buiten het onderwijs, als medium te horen. Zo worden ‘s ochtends de mededelingen over het zingen in het Deens en/of het Fries gegeven. Tijdens de pauzes en bij andere gelegenheden verloopt de communicatie al niet anders.

Risum/Lindholm vormt op het Noordfriese vasteland langzamerhand een taalkundige "burcht" voor onze oude landstaal.

Zoals hiervoor al vermeld, was Marie Tångeberg haar tijd vooruit. In de jaren 70 diende zich een verschil van opvatting aan tussen zowel de schoolautori-teiten, als tussen de leraren en ouders. De overheersende opvatting werd, dat kinderen die met twee of meer talen opgroeien, daar geen nadeel van ondervinden. Integendeel, onderzoeken wijzen uit dat meertaligheid de geestelijke flexibiliteit van kinderen bevordert. Ongeveer 70% van de wereldbevolking spreekt dagelijks twee of meer talen, zonder dat dat problemen voor de kinderen oplevert.

Die erkenning gaf moed en enthousiasme voor het taalbewust uitbreiden van het onderwijs in het Fries. Tegenwoordig hebben de leerlingen op bijna alle openbare scholen in de Friese taalgebieden de mogelijkheid om op vrijwillige basis in bepaalde klassen deel te nemen aan onderwijs in het Fries.

Ook binnen het volksonderwijs worden door de Friese verenigingen op de avondhogescholen en op het Noordfries instituut Friese taalcursussen aangeboden.

Ieder seizoen bezoeken ca 200 volwassen leerlingen, die zijn geïnteresseerd in de taal van hun voorvaderen, 15 tot 20 cursussen. Voor zelfstudie zijn diverse leerboeken en cassetteband-cursussen te krijgen.

Aan de universiteit van Kiel is een Friese leerstoel opgericht en de studenten hier hebben, net als die op de universiteit van Flensburg, de mogelijkheid om Fries te studeren.

Het is mogelijk Fries te horen op de Noordduitse radio "Welle Nord", die iedere woensdagavond om ongeveer 20 uur 20 een Fries programma uitzendt; zij het slechts enkele minuten. Daarnaast heeft "Nationale Frisere" enkele cd’s uitgegeven met voordrachten in het Fries. Die kunnen worden gekocht bij het Fries instituut in Bredstedt.

Voor de geïnteresseerde is er langzamerhand een behoorlijke hoeveelheid Friese literatuur en publicaties beschikbaar. Voor zover bekend worden er tot op dit moment geen televisieprogramma’s in het Fries uitgezonden en is het gebleven bij een enkele film. Die is van 1991 en is hoofdzakelijk Friestalig. De titel is "Klaar Kiming"

Er zijn dus veel initiatieven voor het behoud van de Friese taal. De tijd zal het leren of al deze te waarderen initiatieven die volhardende oude taal in leven kunnen houden.

Niettemin ondervinden de Friese taal en cultuur meer en meer begrip. In 2004 nam de Landdag van de deelstaat Sleeswijk Holstein een aantal wetten aan, die in de gebieden waar Fries wordt gesproken, op diverse gebieden het Duits en het Fries gelijkstelt. Er is dan ook bepaald dat alle openbare gebouwen in deze gebieden nu zowel het Duitse, als het Friese wapenschild moeten voeren, dat alle straatnaamborden ook de Friese namen moeten vermelden en dat de lokale taal moet worden ondersteund. Daar is men niet alleen in het district Nordfriesland blij mee, maar bijvoorbeeld ook op het eiland Helgoland.