De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > De taal van de Friezen > Friezen in Nederland

Friezen in Nederland

Het meest sensationele van de Friese taal is, dat het gedurende ten minste
duizend jaar en misschien wel veel langer heeft kunnen overleven, ondanks het feit dat de Friezen slechts korte tijd een eigen staat hebben gehad. Gedurende de laatste 400 jaar hadden Nederland, Duitsland en Denemarken te maken met zware en bloedige conflicten om het voortbestaan. Tijdens het daarop volgende groeiende nationalisme, zowel intern als naar buiten gericht, is er daarbij weinig ruimte geweest voor zelfstandige minderheidsculturen en –talen.

Zoals altijd werden zij, die niet aan de hatelijke nationalistische strijden wensten deel te nemen, omdat zij vonden dat dat niet hun zaak was, beschouwd als potentiële verraders. Zij werden simpelweg op dezelfde wijze bestreden als dissidenten.

Tijdens die nationale conflicten vond men het van belang de taal van minderheden te onderdrukken en hen de nationale taal op te dringen. Dit alles in de hoop dat de vertegenwoordigers van de minderheid op den duur hun eigen uitgangspunten zouden verlaten om in de grotere nationale eenheid op te lossen.


Misschien één van de oudste tekeningen van een Fries op Amager. Het is een zeeman uit Broek in Waterland, dat met enige goede wil West-Friesland kan worden genoemd. Hier stond de Deense koning Christian de Tweede in 1515 enkele Nederlanders toe om er zich te vestigen en het weelderige eiland recht tegenover Kopenhagen in cultuur te brengen, teneinde de hoofdstad van verse groente te voorzien. Er wordt verteld dat de koning hen een stad op Amager schonk. De immigranten kwamen van de zogenoemde Waterlanden in het noordelijke deel van Nederland en het is niet onwaarschijnlijk dat velen van hen Westfriezen zijn geweest. Die hadden immers een bijzondere band met de zee hadden. De zeeman draagt een zogenaamde "rafelhoed" van gerafeld kamelenwol, die toentertijd in Waterland algemeen door vissers en zeelieden als hoofdbedekking werd gedragen.

In alle genoemde staten, waar Friezen woonden, ging het al niet anders. In Nederland vormen de Friezen nog een grote en belangrijke bevolkingsgroep. Zij hebben, dankzij hun aantal, nog het best hun kenmerken weten te bewaren. Men kan wel zeggen dat ze in ieder geval de taalstrijd niet verloren. Ze behielden hun eigen provincie in het noorden en hun taal is uiteindelijk officieel erkend.

Men denkt dat er in Nederland ongeveer een half miljoen mensen zijn die zichzelf als Fries beschouwen en die nog steeds hun afkomst niet verloochenen. Ruim 150 jaar geleden omvatte het Friese deel van de bevolking een veel groter deel van de Nederlandse bevolking. Hun aantal werd onder meer aan het eind van de 19e eeuw relatief lager door vrij massale emigratie naar Noord Amerika. Veel Friezen wilden liever in het nieuwe land met de vele mogelijkheden een nieuwe toekomst opbouwen, dan te worden geconfronteerd met onderdrukking van hun taal en cultuur door de overheid.

Het was echter geen gemakkelijke strijd voor de Friezen om het recht te krijgen hun taal vrijuit te spreken en te gebruiken in plaats van het Nederlands, dat werd beschouwd als een "hogere" taal.

De moderne Friese beweging in Nederland startte in 1915 met het oprichten van "De jonge Friese gemeenschap" en later de "Christelijke Friese Unie", die zich, behalve met politiek en cultuur, ook met religie bezighield.

De Unie proclameerde dat de Friese taal behouden moest worden en tot een officiële taal in bestuursorganen en kerken moest worden uitgeroepen. Tot dan was de kerktaal Nederlands geweest. Daarom begonnen de Friezen, die langzamerhand tot een soort nationaal bewustzijn waren gekomen, Friese bibliotheken, scholen, theaters en andere organisaties op te richten. De
Fryske Akademy in Leeuwarden werd in 1938 opgericht, met het doel de taal te onderzoeken en te ondersteunen.

Een gedenkdag voor de Friese beweging is 16 november 1951, die als "kneppelfreed" wordt gevierd. Op die dag protesteerde de dichter Fedde Schurer, een van de geliefde leiders, krachtig tegen een rechter die niet wilde toestaan dat een aangeklaagde Fries zijn Friese taal in de rechtszaal gebruikte. Schurer stond op het punt te worden gearresteerd en dat leidde tot een massademonstratie buiten voor de rechtbank.

De Nederlandse Friezen zijn zich zeer bewust van hun identiteit en zijn bijzonder geïnteresseerd in de Friese geschiedenis en het behoud van hun taal. Er is een grote belangstelling voor taalonderzoek en het is verrassend voor een Deen om te ervaren dat bij dit onderzoek ook de Scandinavische talen worden betrokken. Op zijn minst op één plaats in Fryslân bestaat mogelijkheid, via de Frysk Skandinavyske Foriening in Leeuwarden, in samenwerking met de Universiteit, op een avondschool Scandinavische talen, waaronder Deens, te leren.


De trotse Friezen. De Fries Gemme van Burmania zei in 1555 tegen de Spaanse regent, prins Philips de Tweede (de zoon van Karel de Vijfde): "wij Friezen knielen alleen voor God". Van 1568 tot 1648 waren de Nederlanders in oorlog met Spanje. Schilderij in het provinciehuis in het Nederlandse Fryslân. Foto: Anton van der Ploeg.

De ontwikkelingen van de Friese beweging en de verkregen resultaten in Nederland zijn een successtory geweest ten opzichte van hoe het de Friezen op andere plaatsen is vergaan.

De "echte" Nederlanders kijken echter nog steeds een beetje op de Friezen neer. Men kan bijvoorbeeld de wat onvriendelijke opmerking krijgen te horen dat het Fries geen taal maar een misverstand is!