De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Het Volk en het land

Het Volk en het land


Veel schilders hebben zich aangetrokken gevoeld tot het licht boven de ruwe natuur met de felle kleuren van de marsgronden. Hier Bent Wilhelm Petersens uitzicht over de marslanden bij Tønder en de kerk met de voor de streek karakteristieke hoge spitse toren.

De Waddenzee vormt, tezamen met de kwelders langs de kust en de zandeilanden een wonderlijk land. - Het wordt door bezoekers van buiten beleefd, zoals dat in de eerste regel van het "volkslied" van de westelijke streek, van rector, A. Egeberg-Jensen van Tønder, wordt uitgedrukt: "Voor een vreemde ruw en arm". Echter, ondanks het feit dat het land ruw is, herbergt het van nature grote rijkdommen. Ook de in de loop der eeuwen door de bevolking ontwikkelde energie en de talenten om de aanwezige mogelijkheden te benutten spelen daarbij een rol.

De zee heeft eeuwenlang gegeven en genomen, maar heeft ook veel geschenken achtergelaten. Die hebben bijgedragen aan het behoud van de levensomstandigheden voor een langzamerhand grote bevolking.

Velen zijn gevlucht voor de verwoestingen van de zee en velen zijn om het leven gekomen. De koppigen en de levenskrachtigen echter, die achterbleven, zijn er in geslaagd om levensomstandigheden te creëren, die velen van hen ook vaak welvaart bracht. Wanneer men dus over het land uitkijkt en een arm, vlak en bijna verlaten land denkt te zien, dan heeft men toch een verkeerd beeld voor ogen. Op weinig andere plaatsen in de wereld - misschien afgezien van de leefgebieden van de Eskimo’s in Groenland en de Samen in het noorden van Scandinavië -, hebben vlijt en doorzettingsvermogen van mensen, in de strijd tegen een harde natuur zo veel vruchten afgeworpen. Ze hebben het klaar gespeeld de natuurlijke rijkdommen van het land ten eigen nutte aan te wenden. Dat heeft levens, zorgen en zware arbeid gekost. Men kan echter geen enkele bewoner aan de zuid-Jutse westkust vinden die het eens zal zijn met de bewering dat het land arm is.

Zoals al meermalen is genoemd, is het resultaat geweest dat zich daar een gezond en robuust volk heeft ontwikkeld; Friezen en anderen, met een zelfbewustzijn, koppigheid en een gevoel voor eigenwaarde, dat op maar weinig andere plaatsen in de wereld wordt gevonden. De genen van deze overlevers kunnen nu nog bij hun nakomelingen worden gevonden, ook al zijn de levensomstandigheden in de loop van de laatste honderden jaren veel gemakkelijker geworden. De Waddenzeelanden worden nu, van Nederland tot Esbjerg, grotendeels beschermd door solide dijken; zowel tegen het water van buiten als voor de afvoer van de grote hoeveelheid water die nodig is om het grootste deel van het vlakke land droog te houden. Dit water kan niet in zee worden gelaten, wanneer bij stormweer de sluizen in de dijken worden gesloten. Er zijn in de loop der eeuwen, ook dankzij de steeds beter wordende methoden en kennis, duizenden kilometers buiten- en binnendijken gebouwd. In feite zijn het enorme, door mensen geschapen constructies, die het qua uitstraling en grootte verdienen te worden vergeleken met het bouwen van de Chinese muur. Ondanks de slechte perspectieven hebben de mensen kunnen overleven in een landschap, dat in de loop van vele honderden jaren langzaam werd verzwolgen door de zee. Uiteraard horen daar voor duizenden de verschrikkelijke menselijke tragedies en een verwoest bestaan bij.

Tegelijkertijd zijn de geschenken van de natuur echter groot geweest en is daar volop gebruik van gemaakt. Vanaf oude tijden is het voorkomen van zout in de Waddenzee benut; het zout dat werd achtergelaten, nadat de zee zich had teruggetrokken. Later leerde men dijken te bouwen, die het vruchtbare graslandareaal effectief beschermden. Hier konden de Jutse ossen zich vet vreten, terwijl de schapen het gras op de dijkhellingen en op het voorland konden eten.

In het door eb en vloed afgewisseld land kwamen altijd grote hoeveelheden aan vis, mosselen en garnalen voor; jacht op zeehonden en zeevogels heeft een belangrijk onderdeel van de Waddenzeecultuur gevormd. De in de grond verborgen barnsteen heeft daarbij voor leuke extra inkomsten gezorgd.

- Ja, de natuur heeft echt rijke geschenken gegeven!

Op de eilanden vormden de scheepvaart en de walvis- en zeehondenvangsten jarenlang een lucratieve bron van inkomen, die veel mensen werk verschafte; eerst bij de gevaarlijke tochten met zeilschepen hoog in de Noordelijke IJszee. Later was er op de internationale stoomscheepvaart vraag naar de kundige en ervaren zeelieden.

Een bijzonder slag mensen zijn de schippers en manschappen op de platbodems in de Waddenzee geweest. Die vorm van varen vroeg bij het heen en weer varen over de kronkelende vaarwegen tussen de zandbanken een grote ervaring en veel deskundigheid. Zo werden waren naar de steden Ribe, Tønder, Højer, Rudbøl, enzovoort, gebracht, terwijl vee en andere goederen weer over open zee mee werden teruggenomen naar de grote Noordeuropese havensteden. Toen de zee later de buitenste kusthavens veroverde, moesten de schepen verder en verder de arglistige Waddenzee invaren. Vaak moest men wachten tot het vloed werd. De door de stromingen van het water gevormde geulen vonden daarbij kronkelend hun weg, zodat het erg moeilijk kon zijn de nieuwe loop te vinden en te navigeren, zonder aan de grond te lopen.

De trotse zeelieden, die op de grote vaart voeren, keken vaak neer op deze Waddenzeeschippers, die de ondiepe vaarwateren in hun platbodems langzaam doorkruisten. De doorgewinterde zeemannen vonden niet dat dit echte zeelui waren. Eén keer werd dat de Waddenzeeschippers te veel en daagden zij enkele commandeurs uit om met een paar platbodems tussen de zandbanken van de Waddenzee door te varen. Natuurlijk liep dat verkeerd af en alle schepen strandden.

Ooit was de stad Rudbøl de dichtstbijzijnde haven aan de open zee. Veel schepen meerden hier aan en Rudbøl ontwikkelde zich dan ook tot een echt aanzienlijke stad met een eigen kerk en marktplaats. Rudbøl was één van de eerste steden, die in Denemarken stadsrechten kreeg. Die status is hen nooit officieel afgenomen. Het tegenwoordige kleine onaanzienlijke dorp, dat nu, middels de beroemde grensstenen, die midden in de weg liggen, is opgedeeld tussen Denemarken en Duitsland, is dus formeel de kleinste provinciestad van Denemarken.

Wanneer er in de Noordwest-Sleeswijkse regio tijden waren, waarin de natuur daar geen mogelijkheden voor bood, dan werden er wel andere en minder traditionele mogelijkheden voor het verwerven van een inkomen gezocht. Men hoeft daarbij alleen maar aan de enorme kantindustrie in 1700 en 1800 te denken.


De statige boerderij Seebülhof op de marsgronden direct ten zuiden van de grens. Een zogenoemde haubarg die op zijn terp beschermd ligt tegen overstromingen. Een bouwstijl die ook veel ten noorden van de grens voorkomt.

Wat men daar overigens ook van mag vinden: vandaag de dag wordt er met de toeristenindustrie veel geld geïncasseerd. De laatste jaren is het eeuwig winderige marsgrondenlandschap leverancier van elektriciteit geworden met de vele moderne windmolens, die in groten getale in het vlakke landschap oprijzen.

Aan initiatief heeft het nooit gemankeerd, en het "ruwe en arme land" zal ook in de toekomst de bevolking voldoende van brood kunnen voorzien.

Undermenu