100.000 Mensen verdronken

Er zijn veel grote catastrofes geweest: - Op 16 januari 1362 kwam "De grotte Mandrænke" (de grote mensendoder), de grootste stormvloed sinds mensenheugenis. Men denkt dat toen tussen Ribe en de kust van Vlaanderen ongeveer 100.000 mensen verdronken.

In Noordfriesland werd een grote oppervlakte land verwoest en veel land liep onder water. Een groot aantal kerkparochies en kerken en huizen viel ten prooi aan het water. Vermoedelijk is bijna de helft, en misschien wel meer, van de Noordfriese streken overstroomd en nooit weer boven water gekomen.

Van de weggevaagde plaatsen is Rungholt het meest bekend. Die plaats wordt in veel verslagen van die tijd genoemd en is kennelijk een belangrijke uitvalsbasis geweest in de archipel tussen Nordstrand en Pellworm. Pas in 1921 vond boer en amateur-archeoloog Andreas Busch onder water, ten westen van de hallig Südfall Pfähle een middeleeuwse sluis en resten van enkele huizen. Hij vermoedde dat het om Rungholt ging. Dit werd later bevestigd door andere vondsten op die plaats. Men vermoedt dat Rungholt een plaats is geweest van ongeveer 1000 inwoners. Er was een kerk en een haven. De bewoners hadden hun huizen op terpen gebouwd, hielden schapen en leefden van de landbouw. In archeologisch opzicht wordt Rungholt aangeduid als een gewoon middeleeuws dorp, dat slachtoffer werd van de stormvloed van 1362 en dat zich nu onder de oppervlakte van de zee bevindt. Rungholt wordt altijd bij de verhalen over de stormvloed genoemd en is in zekere zin een mythe geworden.

Er zijn veel sageachtige voorstellingen van de verdoemde, in de zee verdwenen stad en dankzij die reputatie, wordt de ramp vergeleken met de bijbelse verhalen over de zondvloed. De ondergang van Rungholt zou een straf van God zijn geweest voor het goddeloze en immorele levenswijze van de inwoners.

Er is daarentegen slechts weinig bekend van de misschien wel grootste en belangrijkste stad, die mogelijk bij dezelfde catastrofe verloren ging. Dat was Wendingstad, ca 25 kilometer ten westen van Rømø. Die plaats had een echte havenstad, genaamd Friezenhaven, dicht bij de toenmalige kustlijn.

Het zal daarom wel een stad met veel activiteiten zijn geweest. Wendingstad was volgens een kaart van 1240 een echte grote stad met een kerk en een slot, of borg, net als Tønder. De stad ligt nu diep in de Noordzee onder water. Door de verwoestingen van de storm zouden in Friezenhaven ongeveer 200 vissersboten zijn vernietigd. Er wordt beweerd dat er vele jaren later nog elk jaar veel vrachtgoed van Wendingstad naar het vasteland dreef.

Een andere grote stormvloed vernietigde op 11 en 12 oktober 1634 het grote eiland Strand, waaruit de eilanden Pellworm, Nordstrand en veel van de kleine halligen, ontstonden. Van de 9000 inwoners verdronken er 6000 en opnieuw gingen veel kerkparochies ten onder.

Van 3 op 4 februari 1825 was het vooral op het eiland För en de halligen raak. Er was sprake van grote verwoestingen en veel mensen kwamen om het leven.