De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Het Volk en het land > Stormvloeden

Stormvloeden

Wie echter denkt dat de natuurkrachten in onze moderne tijd met de moderne technische middelen aan banden zijn gelegd, die heeft het mis. Wanneer de stormen zo zwaar worden, dat ze de dijken dreigen te overstromen en het land te verwoesten is het nog steeds af en toe nodig de kustbevolking te evacueren. Met behulp van effectieve voorspellingssystemen en rampenplannen kan men nu echter verreweg de meeste grote ongelukken voorkomen.

De zee kan plotseling haar tanden laten zien. Dat gebeurde een paar jaar geleden, op vrijdag 3 december 1999, toen een orkaan, die de zwaarste van de eeuw wordt genoemd, het hele land, maar vooral het noordelijke deel van het Waddenzeegebied, trof. Daarbij kunnen onder meer Rømø, Fanø, Mandø en Esbjerg worden genoemd. Ook de enige Deense hallig Jordsand, werd wegge-
vaagd en verdween in de zee. Niemand weet of we die ooit weer kunnen bezoeken. De orkaan kostte in dat gruwelijke etmaal acht mensenlevens en honderden schapen kwamen om. Landelijk werden in Denemarken 3,6 miljoen m3 bomen geveld. Grote delen van het land zaten dagenlang zonder stroom, water, warmte en telefoon. De totale schade liep op tot minstens 10 miljard kronen.

De kracht van de orkaan verraste de meteorologen. Hij was op donderdag als een bescheiden lagedrukgebied bij New Foundland ontstaan. Op vrijdagmorgen naderde hij Schotland en kwam, in omvang toenemend, zo snel naar het westen opzetten, dat men, ook al omdat de waarschuwingen te laat kwamen, bij lange na niet in staat was om reddingswerk op touw te zetten. De sterkste windvlagen, tot 40 meter per seconde, werden om 18 uur op Rømø gemeten. Men spreekt van een orkaan, als de windsnelheid meer dan 33 meter per seconde is. Vóór dat tijdstip van 18 uur werd er op het eiland zelfs meer dan 51 meter per seconde gemeten. Dat komt neer op 189 kilometer per uur. Dit was de sterkste wind die de windmeters konden registreren.

De waterstand steeg langs de hele westkust buitengewoon. Agrariër Svend Bleeg, van Juvre op Rømø, vertelt dat de stormwaarschuwing veel te laat kwam. Om 14 uur had men nog geen enkele waarschuwing gekregen, hoewel het zo hard waaide, dat men kon zien dat de schapen, die buiten op de dijk graasden, gevaar liepen. Het lukte niet om alle dieren in veiligheid te brengen. 600 schapen verdronken alleen al op Rømø; veel omdat ze in het prikkeldraad langs de kust vast bleven zitten en zich daarom niet op de top van de dijk in veiligheid konden brengen.

De oude dijkgraaf Niels Lorentzen van Ballum, verhaalt in het boek "De Orkaan" van Mogens Cuber, dat men aan een catastrofe was ontsnapt. Het was een groot geluk dat de orkaan bij laag water kwam. Wanneer het hoogtepunt van de orkaan 3 uur eerder was geweest, dan zou het water 1.70 meter hoger hebben gestaan dan de dijken bij Ballum. In dat geval zou de zee op veel plaatsen langs de kust zijn binnengedrongen. Het ergste zou dat voor Ribe zijn geweest. Deze plaats zou door een overstromingsramp zijn getroffen.