De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Twee Deense Friezen > De kunstschilder van de marsgronden

De kunstschilder van de marsgronden

Emil Nolde ( 1867-1956) heette oorspronkelijk Emil Hansen, maar nam de naam aan van zijn geboorteplaats, het dorp Nolde, ten oosten van Tønder, dat in 1920 ten noorden van de nieuwe grens kwam te liggen. Oorspronkelijk was hij opgeleid als meubelmaker. Nadat hij echter een opleiding op verschillende kunstscholen in Duitsland had gevolgd, besloot hij van zijn schilderkunst te gaan leven. Hij woonde lange tijd afwisselend in Denemarken en het Deens sprekende deel van Duitsland en trouwde in 1902 met de Deense domineesdochter, de toneelspeelster Ada Vilstrup.

Het duurde lang voordat hij zich als kunstenaar kon redden. In de jaren rond de eeuwwisseling leefde het jonge paar dan ook in kommervolle omstandigheden. Zij moesten zich in leven houden met het ruilen van schilderijen tegen eten en kleding. Ze woonden in 1905 in een kleine vervallen boswachterswoning aan de buitenkant van het Nørrebos op het eiland Als. Emil Nolde liep bij de boerderijen langs om zijn schilderijen kwijt te raken, in ruil voor wat eten. De boeren in de omgeving van Guderup hadden medelijden met de arme jonge mensen en voorzagen ze met ze wat ze van de boerderijproducten konden missen. Zijn schilderijen vonden ze echter niet mooi. Die werden op zolder gezet en pas vele jaren later, toen hij tot een wereldberoemd kunstschilder was uitgegroeid, weer naar beneden gehaald. Toen kwamen de boeren er achter, dat ze kostbare schilderijen bezaten, die onder het stof op zolder stonden. Zelfs het kleine boswachtershuis steeg plotseling in waarde, toen men ontdekte dat er Nolde-schilderingen op de deuren zaten, die later waren overgeschilderd. Wanneer Nolde namelijk geen geld had om linnen te kopen, dan schilderde hij zijn werk op de deuren.

De erkenning kwam heel snel. Hij werd op veel plaatsen in de wereld uitgenodigd voor exposities, won veel prijzen en werd langzamerhand beschouwd als een van ‘s werelds meest vooraanstaande expressionistische schilders. Zijn schilderijen werden voor enorme bedragen verkocht en hij werd snel een hooggeacht en erg rijk man.

In Emil Noldes kunst lijkt men een echte indruk te krijgen van de veelvoud en diepte van de Friese ziel , de melancholie, de koppigheid, de strijdbaarheid en de sombere gevoeligheid en dramatiek.Dit komt vooral ook tot uitdrukking in zijn schilderijen van de landschappen uit zijn omgeving. Onder de hoge hemel boven het vlakke land is het intens licht en vind je geweldige kleurcontrasten en een grote eenzaamheid, die door Nolde schitterend tot uitdrukking worden gebracht. Beelden van duistere natuurverschijnselen, als de stormen hun verwoestende werk aanrichten, maar ook vrolijk gekleurde bloemmotieven van de warme zomers. De diepgekoesterde liefde voor zijn vrouw Ada, die hem trouw volgde in goede en slechte tijden, straalt van de portretten van haar af.

De heetgebakerde, bijna schreeuwende kleuren en een opvliegend temperament kan men beleven in de schokkende religieuze en vaak duistere bloedige motieven van angstwekkende menselijke vernederingen en laaghartigheid.

Het is grote kunst, die onder meer kan worden beleefd in de verschillende tentoonstellingen in het Nolde-museum in Seebüll, een paar kilometer ten zuiden van de grensovergang in Rudböl.

Nolde was een man, die zijn kunst erg serieus nam. Hij schreef eens: "Met deze schilderijen wil ik de mensen dan ook graag vragen om mij te volgen naar een waardige, reine en eerlijke menselijke hartstocht, die ik met mijn vormen en kleuren tot uitdrukking probeer te brengen. – Deze schilderijen mogen geen toevallige mooie belevenis zijn. Nee, ik wil zo graag zien dat de schilderijen meer inhoud hebben, zodat ze de aanschouwer ontroeren en hem het ultieme gevoel geven mens te zijn".

Nolde beheerste ook het woord en zijn autobiografie, die zowel in het Deens, als in het Duits uitkwam, is als een schitterend literair werk beroemd geworden.

Als beroemd kunstenaar werd Nolde kosmopoliet en reisde door grote delen van de wereld. Hij kwam echter keer op keer terug naar zijn geboortegrond in West Sleeswijk.

Een zelfbewust man als Emil Nolde moest natuurlijk wel in conflicten verzeild raken. Hij woonde enkele jaren in Rudbøl, direct ten noorden van de grens, maar kwam in botsing met de lokale autoriteiten, toen men besloot tot een kanalisatie van de Vidå, om het rioolwater van Tønder naar de Å te af te voeren. Daarmee zou volgens Nolle de natuur langs de rivier en daarbuiten in de kwelders worden verwoest. Zijn krachtige protesten hielpen echter niet. Daarom besloot hij in 1926 naar de zuidkant van de grens te verhuizen. Emil en Ada vonden een hoge onbebouwde terp vlakbij Seebüllhof. Hier bouwde hij zijn grote huis in een soort functionalistische stijl, die wel erg afwijkt van de karakteristieke lokale Friese bouwstijl. Hier kan vandaag de dag zijn museum worden gevonden.

Het echtpaar voelde zich steeds beter thuis in het nieuwe huis en Nolde verhaalt hoe hij boven op zijn heuvel kon staan en in het vlakke landschap naar alle kanten veel Friese boerderijen op hun terpen kon zien liggen. Daarbij bevond zich onder meer de grote oude haubarg "Merlingfeld", de boerderij waar zijn vader en diens zeven zusters waren geboren en opgegroeid. In de loop der tijd vond Nolde uit dat hij van veel mensen uit de streek familie was, zowel ten noorden als ten zuiden van de grens. De Friese familie van vaders kant was groot en de meeste mensen, die hij tijdens zijn tochten door de streek ontmoette, wisten dat ze familie van hem waren, zo vertelt hij.

De wereldberoemde kunstschilder kreeg vermoedelijk in 1937 de grootste schok van zijn leven. - Reeds in 1934 had hij zich aangemeld bij de nationaal-socialistische Arbeiderspartij, eerst bij de Deense- en iets later bij de Duitse Nazipartij. Nadat Hitler in 1932 aan de macht was gekomen, nam Nolde vele jaren deel aan een aantal grote tentoonstellingen in zowel Duitsland, als ook in andere plaatsen in Europa. Eén van zijn bewonderaars was de minister van propaganda, Joseph Goebels. Hitler, die zich zelf zag als een soort beeldend kunstenaar, had echter een hekel aan de schilderijen van Nolde. In 1937 werd hem verboden nog langer te schilderen. Zijn schilderijen werden aangeduid als "entartet" (gedegenereerd) en alle 1050 schilderijen in de Duitse musea werden in beslag genomen.

Dat was natuurlijk een zeer ernstige zaak, want waar kon hij nu rustig
blijven schilderen? Dat was zijn hele leven. Ondanks het verbod ging hij dan ook door met het maken van schilderijen, keramiek en kleine beelden. In de jaren tot het einde van de 2e Wereldoorlog schilderde hij zijn zogenoemde "ongeschilderde schilderijen".

Als boerenslimme Fries meldde hij zich voor de zekerheid maar niet af als lid van de nazipartij. Om verder te kunnen werken, maakte hij een slimme afspraak met de politieagent in Süderlügum, die in de gaten moest houden dat het verbod werd nageleefd. Die zou hem van te voren bellen, wanneer hij de lange weg van Süderlügum naar Seebüll ging fietsen. Daarmee had hij dan ruim de tijd om zijn schildersgereedschappen op te bergen.

Zoals hij tegen de agent zei: "Het is toch echt niet nodig dat je helemaal hier heen fietst, terwijl ik niet thuis ben?". Het leek de agent inderdaad wel verstandig.

Na de oorlog maakte Nolde nog wel een aantal van zijn beroemde kunstwerken. Zijn nazistisch verleden achtervolgde hem echter nog vele jaren, zelfs nog na zijn dood in 1956. Tentoonstellingen van zijn schilderijen werden dan ook regelmatig geweigerd.