Waar komen de Friezen vandaan


De lange rij van Friese eilanden en halligen van Nederland tot de bocht van Esbjerg.

Het smalle land tussen het Jutse schiereiland en het Europese continent is vanaf het begin der tijden een drukke-, pluriforme- en bonte lappendeken geweest van verschillende volkeren. De meeste waren op doorreis, maar velen vestigden zich hier. Jutten, Goten, Angelen en Friezen zijn vermoedelijk vanuit het noorden gekomen. Vanuit het zuiden kwamen onder andere de Saksen, de Germanen en de Bataven. De Slaven, de Sorben en alle andere volkeren zijn vanuit het oosten gekomen.

Zij kwamen, f omdat zij op de vlucht waren vanwege overbevolking elders, die hen noodlottig was geworden, zij kwamen om te roven, f zij kwamen om hun waren te verkopen.

Men kan zich voorstellen dat de druk op het volk, dat langs de weg naar het noorden of het zuiden leefde, groot is geweest. Dat was vooral ook omdat het land tussen de Noordzee (of Westerzee in het Deens) en aan de andere kant de Oostzee, slechts 40 tot 50 kilometer breed is en er in de praktijk het grootste deel van het jaar slechts n enkele weg begaanbaar was; de oostelijke Heerweg, die van Noord-Jutland tot ver naar beneden in Duitsland en Nederland liep. In westelijke richting was het land, met grote overstroomde gebieden en grotendeels uitgestrekte natte moerasgebieden, bijna ondoordringbaar, totdat er mensen kwamen, die afwateringskanalen konden graven en dijken aanlegden, die bescherming gaven tegen de verwoestende invloed van de zee. De vele mensen, die zich in het land vestigden, verspreidden zich later verder aan beide kanten van de Heerweg. Sommigen gingen helemaal naar het westen, naar de zoute kwelders en de eilanden in het gebied dat nu Waddenzee heet. Dit volk, dat mogelijk in het verleden een bepaalde binding met de zee had, schiep zijn vaderland in n van de meest ongastvrije gebieden van Noord Europa. Zij waren veroordeeld tot een eeuwige strijd tegen de zee.

Ze leidden een leven vol tegenslagen en werden onophoudelijk in hun voortbestaan bedreigd.

Keer op keer moesten ze toezien dat hun bestaan door het natuurgeweld werd vernietigd. Maar, zoals vaak, geeft tegenslag ook krachten en zij, die overleefden, ontwikkelden een met trotsheid gepaard gaande stugge koppigheid en zelfstandigheid. Daardoor slaagden zij er in om na vele generaties zwaar werken met blote handen, het land droog te leggen en op te bouwen. Dat bracht hen vaak rijkdom en zelfbewustzijn, ook al hield de strijd tegen de zee nooit op.

Deze mensen - althans veel van hen - noemden zich Friezen. Ze hadden hun eigen taal, die ze verdedigden en ze mengden zich zo nodig onder andere volkeren.

De taal is n van de oudste van het noordelijk deel van Europa. Ze hebben in het verleden echter maar korte tijd een in feite geringe staatsontwikkeling meegemaakt. Van een eigen staat kon dan ook niet worden gesproken. Desondanks hebben zij in de streken waar ze woonden - vaak met wapens - hun zelfstandigheid verdedigd. Vandaag de dag zijn de Friezen en hun nakomelingen in Europa staatsburger in drie landen: Nederland, Duitsland en Denemarken.

Zonder eigen staat, in het naderhand in staatkundig opzicht sterk opgedeelde Europa, is het altijd moeilijk geweest taal, cultuur en identiteit te bewaren. De Friezen hebben dan ook vele eeuwen ingeklemd gezeten tussen grote staatkundige conflicten, vol tegenstellingen en gevoelens. Het ging daarbij niet alleen om Deense- en Duitse-, maar ook om Nederlandse, Franse- en Spaanse conflicten.

Dat de Friezen, tussen de vele volksstammen die het noordwest Europese vasteland bevolkten, wel de enigen zijn geweest die hun identiteit en integriteit als eigen volk konden bewaren, kan worden verklaard door het feit dat hun ongastvrije land hen lang en vaak heeft behoed voor krijgshaftige en roofzuchtige buren.

Slechts weinig koningen, hertogen en graven konden de Friese tegenstand breken. Daarbij speelde mee dat ook de barre natuur de bewoners een goede bescherming gaf . Het kostte veel geld en leverde grote verliezen op, wanneer zwaar bewapende legermachten in het onbegaanbare moerasland oprukten om de Friezen te dwingen belasting te betalen en om er soldaten te rekruteren. Daarbij was de Friese tegenstand groot. Ze hadden zelf hun land geschapen en vonden niet dat ze aan vreemden schatplichtig waren.

De lijfspreuk van de Friezen luidt in hun eigen taal "Lewer Duad Us Slau" liever dood dan slaaf!

Meer cynische en onromantische geesten hebben het idee geopperd dat die dappere lijfspreuk nog het meest te maken heeft met de weerstand tegen het betalen van belasting!

Map data 2010 Tele Atlas - Terms of Use