De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Waar komen de Friezen vandaan > Oerbevolking?

Oerbevolking?

Er hangt een mystieke sfeer rond de oorsprong van de Friezen.

De theorieŽn zijn talrijk. Misschien hebben zij al vanaf de vroegste tijden in Sleeswijk Holstein en de Nederlandse streken gewoond. Er zijn vermoedens dat de Friezen in werkelijkheid de oerbevolking van de gebieden vormen en dat hun taal oorspronkelijk door veel stammen in de hele Noordeuropese omgeving werd gesproken; een soort "Mater Lingua" dus, dat wil zeggen de moedertaal.

De geschiedschrijver Helmold van LŁbeck bericht, net als overigens Saxo, in zijn "Slavenkronieken" van ca 1170, over de Deense koning Knud Magnussen, die in 1151 tegen zijn mededinger Sven Grathe een nederlaag bij Viborg leed en daarop naar Saksen vluchtte.

Helmold schrijft dat, toen de koning terugkwam, hem een hartelijke ontvangst ten deel viel bij de Friezen, die in Jutland woonden.


Volgens Boudicca Bardís "History of the Frisian Folk" waren de Friezen oorspronkelijk gevestigd in de Scandinavische en Noordduitse streken. De cirkel geeft het Friese land aan van ca 1750 v. C tot ca 700 v.C. Als deze informatie betrouwbaar is, zijn de Friezen dus een soort Scandinavisch volk geweest.

Dat kan er op duiden dat er al sinds oude tijden Friezen in het zuidelijke Jutland hebben gewoond.

Een beschrijving uit de tijd van hertog Knud, omstreeks het jaar 1000, vermeldt dat er vůůr zijn tijd in het land een grote dreiging was van overvallen van Sorben en dat koning Niels zich slechts onder bescherming van de Friezen in de stad Sleeswijk kon ophouden.

Na de laatste ijstijd, meer dan 15.000 jaar geleden, toen het ijs zich had teruggetrokken en het huidige Engeland tot het vasteland van Europa be-
hoorde, kunnen de Friezen een groot grondgebied, dat tegenwoordig door de Noordzee wordt overspoeld, hebben bevolkt. De bodem daalde echter, terwijl het water steeg, waardoor grote delen van dat gebied aan de zee werden prijsgegeven. Duizend jaar geleden liep de kustlijn van Sleeswijk veel verder westelijk. Door stormvloedrampen ging echter een enorme oppervlakte land verloren. Rond 1200 was het land hier bijna twee keer zo breed als vandaag de dag en veel kerkparochies, bekend van oude kaarten, zijn in zee verdwenen.

Een sage vertelt, dat men op stille avonden, bij de kentering van het tij, het klokkengelui van de in zee verdronken torens nog kan horen.

Volgens een andere mythe zou het verdronken land het verdwenen Atlantis zijn, waarover de Griekse ontdekkingsreiziger Herodotus in het verleden schreef en dat volgens hem buiten de zuilen van Hercules, dus voorbij Gibraltar, lag.

Waarschijnlijk hebben de Friezen dit verdwenen land bewoond en hebben ze moeten vluchten voor "Blanke Hans", zoals zij de zee vol respect noemden. Ze trokken daarbij zowel naar het westen, naar Engeland, waar zij mogelijk het grootste deel van de (oorspronkelijk Keltische) bevolking gingen vormen, als ook naar het oosten, richting Europese vasteland. Misschien zijn ze ook wel regelmatig teruggekeerd, om zich opnieuw te vestigen in die delen van het land die de zee weer teruggaf. Zeker weet men het niet, maar er zijn indicaties voor meerdere in- en uittochten. Enkele vondsten uit het verleden wijzen daar ook op.