Gestolen en omgesmolten

Beide hoornen belandden in de koninklijke kunstkamer in Kopenhagen, waar ze helaas in 1802 werden gestolen door goudsmid Niels Heidenreich, die het goud omsmolt, zodat de hoornen voor altijd verdwenen waren. Vanaf die tijd kende men ze daarom alleen nog maar van achtergelaten tekeningen en men kan er niet helemaal zeker van zijn of die volledig correct zijn. Ook daarom geven de studies geen zekerheid. Een kopie van de gouden hoorn kan in het museum van Třnder worden bewonderd.

De gedachte aan het leggen van een band tussen de gouden hoornen en een Friese aanwezigheid staat niet op zichzelf. De Noorse runenonderzoeker Odd Einar Haugen van de universiteit in Bergen heeft er op gewezen, dat de inscriptie op de gouden hoorn zowel Germaanse, als Friese runen heeft.

Haugen is van opvatting dat de meeste runen van het Germaanse alfabet zijn. Hij geeft dat als volgt weer:

Het Anglo/Saksisch/Friese runenalfabet ziet er zo uit:

Het Deense runenalfabet met 16 tekens van ca. de 7e eeuw: